06/11/2009

Verslag Eerste Gildentocht 100 km 2008

Woensdagavond 30 april. Deze datum had ik al lang in mijn agenda vastgepind. Maanden hadden we met een tiental mensen de nodige voorbereidingen getroffen om voor het eerst in de geschiedenis een 100 km. in Schaffen aan te bieden.

Met de inschrijvingen waren we tevreden.  We hadden plaats voorzien voor een 40 tal wandelaars.Al hadden we aanvankelijk slechts 20 plaatsen voorzien, maar na de voorwandeling, die in februari had plaatsgevonden, besloten we het dubbel aantal deelnemers toe te laten. We startten uiteindelijk met 22 deelnemers en 2 baankapiteinen.

Vanaf 19 uur begonnen de eerste wandelaars al binnen te sijpelen. Je herkende ze onmiddellijk: meestal al in sportieve uitrusting en bagage bij de hand. Met een zekere gespannenheid meldden ze zich aan. Gefocust op wat komen ging. Zo hoorde het! De grote groep van deelnemers waren voor Hugo en mezelf geen onbekenden. Deze wandeling werd voor weinigen een voordoop in lang afstandswandelen. Daar was deze tocht te zwaar voor. Toch boden er twee voskes zich aan die nog nooit een 100 km hadden gewandeld. Sven Nijs zou voor het eerst starten voor deze afstand en vond dit het ideaal cadeau om zijn 16e verjaardag te vieren (op 1 mei zou hij 16 worden, tevens de minimum leeftijd om deel te mogen nemen aan deze uitdaging). Ook Marc Jacobs van onze club bood zich aan. Nog nooit 100 km gewandeld en dit jaar amper gewandeld. Hij bleef er rustig bij en had er vooral zin in.

Het werd 21 u. Iedereen stond gedisciplineerd klaar om er in te vliegen. Net voor het startuur had het nog goed gegoten in de schijn van ondergaande zon. Een regenboog wees ons de richting aan naar goed geluk. We waren vertrokken. Pijlen werden er voorlopig niet gevolgd. Iedereen schuilde zich achter de voorste baankapitein. Elke beweging hij zou maken, zou naarstig opgevolgd worden. Onze twee debutanten zetten zich onmiddellijk vooraan. Een verstandige aanpak. Nadat we het vliegveld bereikten, doken we de onverharde wegen in waar we bijna gans de nacht in zouden vertoeven. Vele paadjes moesten één voor één afgelegd worden. Dat maakte het extra zwaar in de achterste gelederen. Zij moesten telkens bijbenen. De wandelaars vooraan konden een gelijkmatiger tempo aanhouden.

Wanneer we Dassenaarde betraden trad de duisternis aan. De lichten werden aangestoken. De fluo jasjes lichtten op. Het decor voor de nachtwandelingen. Het tempo zat er goed in. Ik merkte dat ik meermaals moest wachten voor een hergroepering na het betreden van smalle paadjes. Ik wachtte tot ik Hugo hoorde of zag. Na een tijdje herkende ik de schijn van zijn zaklantaarn. We wandelden nu door de prachtige dreven van Asdonk. We flirtten er met de grens tussen Brabant en Limburg. Sommigen deelnemers, waaronder Jef Sterckx, herkenden nog stukken van de kempentocht in 2006. Hier vond de oorsprong plaats voor een deel van dit parcours. Ik heb toen als losse medewerker het parcours gemaakt in onze contreien. Ook deze etappe naar de Rodenberg in Engsbergen was een bekend stuk. De klim naar boven op de Rodenberg was een eerste waarschuwing voor de groep dat dit geen vlakke wandeling zou worden. De heidevlakte was mooi tijdens de nacht. Vroeger kon je er alle lichtjes van Tessenderlo Chemie aanschouwen. Nu beletten opgroeiende dennen het zicht op Tessenderlo. De vlakte leek wel één van de favoriete plekjes van de maan. Alsof er een schijnwerper op stond. Zo leek het wel. Ik sloeg een padje in dat langs een weiland naar beneden slingerde en zag iets later de auto’s van ons alert vos team staan. Na 10.5 km hielden we een eerste wagenstop. Er was even paniek. Ons dynamisch team, bestaande uit Jean, Guy en Paul, was nog maar net op de plaats van bestemming toegekomen. De moderne technologie in de hoedanigheid van een GPS had het laten afweten. Als bij wonder arriveerden wandelaars en bevoorraders de plaats op hetzelfde moment. Ik dacht aan de regenboog van voor het vertrek…

Onze groep mopperde niet. Iedereen stak een handje toe en in geen tijd genoten we van onze koek en een lekker drankje. Heerlijke momenten. Samen op adem komen, genieten…  We hielden ons aan de 10 minuten en in geen tijd doken we alweer de donkere bossen van Tessenderlo in. Het volgende traject (opnieuw 10 km) zou het langste stuk volledig in het bos worden. Maar eerste moesten we van de rodenberg naar de houterenberg geraken. Een pad van een kilometer trakteerde iedereen op een modderbad. Telkens iemand wegzakte, kon je het horen door de kreten die er werden geslagen en het sompende geluid dat je wandelschoen maakte. Jos Van Gorp kwam naar me toe en glimlachte met ontblootte tanden “zo hebben we het graag!!” Bij het oversteken van de Sparrenweg richting Geel, controleerden we de staat van onze groep. De rode blos op eenieders wangen was als een groen licht, klaar om de volgende kempense heuvel te betreden. Dit pad ging zigzag naar boven met enkele stevige klimmetjes in. Ik keek achter me. Ik kreeg er kippenvel van. Tientallen lichtjes slalomden gesta naar boven. Bijna geruisloos. Het leek wel een sprookjestafereel. We betraden nu de bossen van Gerhaegen. Het was er zo donker. Ik moest me concentreren. Met een tempo van 6.5 km/u. had je geen tijd om een plan te lezen. Je moest je parcours uit je hoofd kennen. Hier was dat niet makkelijk. Je had bijna geen enkel referentiepunt. Enkele malen wandelde ik zelf van het pad af omdat ik het gewoon niet zag! Maar we bleven perfect op onze route. Sven was met het uur bezig. Hij was nog geen enkel moment van mijn zij afgeweken. Aanvankelijk wandelde hij vooraan om niet achterop te geraken. Nu was het al eerder om tempo te kunnen maken. Hij was niet te houden. “Die jongen komt uit ne goeie stal!” dacht ik bij  mezelf. Ik hield alsmaar het uur in het oog wachtend op zijn verjaardag. Om twaalf uur schreeuwde hij, en wij, het uit. Een half uurtje later hadden we ons een weg gebaand uit dit reusachtige donkere bos. We betraden het gezellige caféetje “de peerdeposterij”. Nadat iedereen zijn boterham in de mond had gestoken en een drankje voor hem had staan, nam Jean, onze erevoorzitter, het woord. Hij richtte zich tot Sven en feliciteerde hem op gepaste wijze. Ik was fier een voske te zijn. Zo’n warm gebaar was van ontelbaar belang. Daar draaide het wandelen om, de vriendschap. Of, “l’ amitié”, zoals onze waalse vrienden het zegden. Met een warm gevoel gleed de ganse groep terug naar buiten, gereed om er terug een lap op te geven. We konden ons wat opwarmen daar we enkele verharde wegen aandeden. Deze wegen waren het voorspel van ons bezoek aan de provincie Antwerpen. De pompoenstappers voelden zich aangesproken! Ze waren maar liefst met vier ingeschreven! De wegen door het bos werden ingeruild door padjes die zich een weg baanden door de velden van Laakdal. Al gauw pronkte de immense kerkentoren in de hemel. Ondanks het late uur zag je de kerk nog mooi verschijnen. Deze kerk had een eigenaardige lokatie. Eens je over de laak wandelde verscheen ze voor je. Pas honderden meters verder ontmoette je de eerste sporen van de dorpskern. Trouw aan het concept sloegen we eerst weg van de kern om iets later maar even te piepen in dit dorpje. Terwijl de laatsten zich een weg baanden door deze kern langs een drukke weg, waren de voorste gelederen alweer padjes aan het betreden. Het tempo zat er opnieuw in. We zaten nu op de laatste lange etappe van opnieuw een tiental kilometers. Nadat we een ietwat drukkere weg kruisten, trokken we opnieuw de woestenij in. Deze modderstrook richting Eindhout was voor velen onder ons nieuw. Ik vermoedde dat vele clubs dit stuk meden omwille van de moeilijke stroken. De groep kreeg het hier behoorlijk lastig. Uitgedroogde plassen gaven hun ondergrond prijs. Maar terwijl je er je voet in vastpinde, zakte je door de zandstroken. Het had iets van moerasstroken. De groep werd uiteengereten. Ik hield halte nadat ik geroep hoorde vanuit de achtergrond. Hugo gaf aan dat Luc Guns niet meer volgde. Luc had het moeilijk gekregen na de eerste 20 km. Ik had hem aangemaand vooraan te blijven. Maar dat was hem niet gelukt. Hij was terug naar achter gezakt. Ik keerde terug op mijn stappen. Iets verder trof ik hem aan. Hij stak bijna vast in het verraderlijke zand. Luc zat er door. “Ik heb te weinig getraind om dit aan te kunnen”, gaf hij aan. Ik moedigde hem aan om nog een kilometertje verder te wandelen. De derde controle was op komst. Ik zag echter geen van beide wagens staan. Ik panikeerde even. “Wat moet ik nu doen?” En dan zag ik beide wagens achter een haag staan. Paul en Guy kwamen rustig uit de wagen gekropen. Onze rotsen in de branding stapten ons rustig tegemoet en verzorgden ons even later als God in Frankrijk. De controle was alweer op en top. Een lekkere pudding en drank naar keuze. Ik had zelf wat tijd verloren met Luc op te halen en schrokte mijn pudding naar binnen met een colaatje. Luc haalde het en zocht een warm plaatsje in één van de bezemwagens van onze club. De groep moest verder met een man minder. Enkele honderden meters verder beklaagde ik mijn snelle hap. Mijn buik begon te klagen. Rudy vatte post naast mij en dacht even dat ik een vliegje had ingeslikt. Ik voelde me plots verschrikkelijk ziek en moest overgeven. De groep was even sprakeloos. Naar waar nu? Met luidde stem stuurde ik hen de juiste richting uit. De groep trok over een verharde weg via taverne ‘het Laak’ naar Zammel. Ik had tijd om me terug aan te sluiten bij de groep en de leiding opnieuw over te nemen. Maar het ging me niet af. Diarree teisterde mijn lichaam en maakte me niet alleen ziek maar ook onzeker over het vervolg van deze tocht. Het was in de eerste plaats al moeilijk om me even af te zonderen van de groep. Elke wei die ik inliep volgde de wandelaars me. Ik stuurde hen onmiddellijk weg en zei dat ik opnieuw onwel was. De groep hield halt en wachtte op beterschap van hun baankapitein. Mijn benen trilde. Ik voelde me uitgeput. Toch greep ik de moed bijeen en vervolgde onze route. We naderden Westerlo. We passeerden de prachtige landerijen van De Merode. Wat vond ik het jammer dat ik niet kon genieten van deze mooie taferelen. Genot moest plaats maken voor moed en volharding. Ik perste al mijn energie samen om het tempo aan te kunnen houden. We staken de kleine Nete over en ontmoetten zo het centrum van Westerlo. Het kasteel van De Merode schitterde algauw in de hemel en kondigde zo onze derde controlepost aan.

Gust, een vrijwilliger van het seniorencentrum van Westerlo had zich bereid gevonden om ons ’s nachts op te wachten en van met drank te bedienen. Wat een schat van een man. Zeer onverwacht had hij zijn zoon pas moeten afgeven en toch hield hij zich aan zijn woord. “Als ik zeg dat ik dat doe dan doe ik dat”. Zo maken ze ze niet meer… Ik was nog steeds te ziek om mijn dank en bewondering uit te spreken naar Gust toe. In alle stilte zette ik mij aan een tafeltje en verplichtte mezelf één van de heerlijke clubs te eten die onze bestuursleden vroeger op de avond vers hadden gemaakt. Dit vroeg zeer veel van mijn lichaam. Een cola was noodzakelijk om de verloren suikers bij te benen. Maar het baatte niet veel. Ik belandde terug op de pot. En toen was er Guy. Hij bood me immodium aan. Jongens en of dat spul werkte! In geen tijd kon ik terug aan de slag. Ik dook een parkje achter het stadhuis in. Marc zag me plots wegduiken en riep; “ Ge gaat toch niet weer beginnen???” Ik kwam terug tevoorschijn achter het struikgewas en stelde iedereen gerust dat dit de wandelroute was. We lachten met zijn allen opgelucht en waren opnieuw vertrokken voor een volgende etappe. We trokken richting Tongerlo maar zouden aan de Beeltjes terugdraaien. Het was stil in de Kempense bossen en eens we langs de oevers van de kleine Nete voor’t eerst begonnen terug te stappen waren de eerste tekenen van een nieuwe dag te zien. Tijdens de voorbereidingen had ik hier wel eens reeën zien opduiken. Nu drukte ons geroezemoes de veilige stilte van het bos in een hoekje.  De Grond van Herselt verscheen voor een tweede maal onder onze voeten. Het werd niet het fraaiste stuk van de wandeling. Door het rooien van deze mooie bossen waren de wandelpaden omgevormd tot modderstroken. Wij begonnen aan een cursus in evenwicht. Even later bereikten we het verhard en zochten we voor een laatste keer onze mannen van de nacht op. Jean, Guy en Paul hadden alles mooi klaar staan op de parking van Mie maan. Het werd licht. Na 45 km voelde iedereen zich een beetje herboren. De lange bosdreef tussen Averbode en Westerlo veraste ons. Geen modder meer. Men had er steenpuin op gekapt. Een aanslag op de natuur die weer veel stof zou doen opwaaien. Voor ons was dit een dubbeltje op zijn kant. Het verhard maakte het makkelijk terwijl je voortdurend moest uitkijken om je voeten niet om te zwikken. De laatste rechte strook naar Averbode was ook in een nieuw jasje gestoken. De bovenste modderlaag was hier weggeschraapt in de hoop zo een stabiele onverharde weg in het leven te roepen. Langs ons troffen we nu kaalgekapte stukken bos aan. Natuurpunt had een groot plan om terug vele heidevlaktes aan te leggen. Die zijn destijds moeten wijken voor bosbouw, voornamelijk voor de mijnbouw te ondersteunen. Nu waren deze plaatsen het middelpunt van verhitte discussies geworden tussen verschillende mensen die zich enorm betrokken voelen met de natuur van onze streek. Wij aanschouwden als lange afstandwandelaars dit decor. En ondertussen ging het opnieuw naar boven en naar onder. Een carrousel die maar niet tot stilstaan komen wou. In de schijn van de abdij van Averbode hielden we dan toch even halte. Lekkere verse soep van de hand van Willy werd ons met brede glimlach opgediend. Mariette, Rachel en Boni hadden zelfs een partytent opgezet. Vanaf nu zouden de controlepunten door meerdere teams worden bemand. We genoten van deze plaats, van dit moment. Mijn klok beval me spelbreker te spelen. Boven op de berg kon ik ten biechte gaan. Maar daar dacht ik nog niet aan. Ik had nog een 50 km klaarstaan. We zaten nu ook op de bedevaartroute naar Scherpenheuvel. Deze dappere jaarlijkse wandelaars wandelden een beetje rustiger. Sommigen hadden het ook al wel gehad. Wij verkenden alle heuvels van Schepenheuvel-Zichem, Averbode, en tenslotte Testelt. Het hoogste punt deed vermoeden dat we in de Ardennen zaten. Langs de fruitplantages zochten we Louis Willy (Geyskens) en Jo op. De rijstpap stond er klaar. Wie last had van de maag kon op die manier toch het noodzakelijke voedsel verorberen. Eten was essentieel voor elke 100 km tocht. Nu volgden de controles korter op elkaar. Meestal waren ze maar een vijftal kilometer van elkaar verwijderd. Nu trokken we naar het Mekka van de bedevaarders over het glooiende landschap. Het weer was prachtig. Een heerlijke zon die zich op tijd wist in te houden. Het ging goed met onze groep. Gezellige gesprekjes tussen elkaar. Een aangenaam geroezemoes. De klokken van de basiliek luidden. We arriveerden in de brandweerkazerne van Scherpenheuvel. Tien minuutjes voordien had ik de ploeg van Scherpenheuvel even gebeld met de boodschap dat de pannen op het vuur mochten. Het spek met eieren rook uitnodigend in de zaal. De timing was perfect voor de groep. Het werd negen uur in de morgen. Dit was de grote controle. We namen drie kwartier pauze. De bagage stond voor iedereen klaar. De meesten vervingen de noodzakelijke kledij. Er moest niet veel gelopen worden. Louis, Magie, François, Ilse en Joris deden er alles aan om het iedereen naar hun zin te maken. Dat lukte perfect. Je zag onze gasten genieten.

De groepswandeling gleed stilletjes zijn laatste hoofdstuk binnen. Met het centrum en de basiliek van Scherpenheuvel te passeren kregen we plots veel aandacht. Meerdere sympathisanten en fotografen maanden ons voor pelgrims. Wij speelden het spelletje  mee en lieten ons mooi fotograferen. Het drukke gejoel van de mensenmassa verstomde eens we terug in de velden vertoefden. We klommen nog hoger dan Scherpenheuvel. Hier zaten we rond de 60 meter boven de zeespiegel. Vergeleken met de Ardennen stelt dat niets voor. Voor onze contreien zijn dat hoogtes die zelden worden gehaald. Het landschap in Kaggevinne bracht stilte in de groep. De schoonheid verstilde ons.

Na opnieuw een vijftal kilometer te hebben afgelegd stonden Louis en Ilse ons op te wachten aan de wagen. Dit was de kortste controle van de wandeling. Frisdrank en chocolade en na vijf minuten verdween de groep aan de horizon. Met een ommetje over de Galgeberg arriveerden we in Diest. Het Wit huis, mijn werkplaats, mocht uitzonderlijk dienst doen voor controle. We zetten ons opnieuw allen aan tafel en lieten ons weerom bedienen door de fantastische ploeg die ons eerder in Scherpenheuvel op de wenken had bediend. Na 73 km. stonden we nog steeds voor op ons tijdschema dus kon het er wel wat losser aan toe gaan. Voor de gevel van het huis werden er nog groepsfoto’s genomen en zo vingen we ons laatste stuk met de ganse groep aan. Het werd duidelijk dat de groep voor het vrije gedeelte in twee zou opsplitsen; de snellere vrije wandelaars en daarnaast zou een kern van negen wandelaars samen blijven tot het einde. Ook in Diest zorgde één mei voor een gezelligheid. Hartverwarmend na een nacht te wandelen. De klimmetjes begonnen voor sommigen zwaar te worden. Ik moest toegeven dat ik ze echt had opgezocht. Maar over de wallen naar Schaffen wandelen vond ik een opgelegd stukje van de wandeling. We arriveerden in de Gildezaal rond kwart na twaalf. Een kwartier voor het vooropgestelde uur. De club had het podium vrij gehouden voor de deelnemers van de 100 km wandeling. Een zeer speciale plaats om te mogen zitten… De ene helft van de onze groep nam daar niet de tijd voor. Ze versnelden onmiddellijk en trokken naar de volgende controle in Zelem. Wij verkortten onze rust naar 15 minuten. Het weer was veranderd. Het regende voor de eerste keer. We aanschouwde het vliegveld van Schaffen. Wat een prachtig zicht. Zelfs nu, met dit slechte weer, nam René Smets tijd om hier een foto van te maken. Hij zou van deze tocht een reportage maken van een 150 tal foto’s (http://picasaweb.google.nl/renesmets) ! En ondertussen wandelde hij elke kilometer. Ook dat was een kunst op zich. Wanneer we terug de bosgrond onder de voeten voelde was de regen ook al meteen weg. Hij zou zich niet meer vertonen tijdens onze wandeling.

Ook in de controle van Zelem mochten we van het podium gebruik maken. We waren blij dat er een beetje ruimte was. De meeste wandelaars waren immers al gepasseerd in de voormiddag. En  toch was het leuk wat volk tegen te komen. Verstrooiing is altijd welkom op een wandeling van 100 km.

“En route!” In Zelem deden we na de splitsing enkele betonnen banen aan. Normaal voor de meeste wandelingen. Nu viel dit feller op na uren in het bos te hebben gewandeld. Halverwege troffen we Louis aan. ’t Is te zeggen. Lichamelijk was hij aanwezig in zijn wagen. Zijn geest was meegevoerd naar Nepal met de passende begeleidende muziek die uit de boksen van de wagen kwam. Louis schrok recht. We begrepen het wel. Ge moet ne mens zijn passie niet wegnemen! Louis gaf ons een appel waardoor we gegeten en gedronken hadden. We genoten iets later van de natuur achter het St.Jansklooster. Mooie stukken in het parcours. Een laatste controle weerhield ons van de aankomst. Hugo en ik wisten dat het belangrijk was op tijd te rusten en het tempo niet op te drijven. De groep was nu autonoom geworden. Ik genoot met Hugo van achteren in de groep. Marc had bij aanvang niet kunnen aanhaken, maar was op de laatste autocontrole toch terug gekomen. André en Jan waren even alleen verder gegaan, maar nestelden zich uiteindelijk terug in de vertrouwde groep. Zij pakten de kop en zorgden voor de gewenste snelheid van 6 km per uur. Hugo en ik waren vooral blij dat we een groep konden binnenloodsen. Als baankapitein wou je in de eerste plaats een groep over de meet krijgen. Spontaan begonnen we al wat terug te kijken naar deze eerste editie van de gildentocht 100 km. Jan Franssen was lovend naar zijn zoveelste honderd (eind 70 van leeftijd en tussen de 300 en 400 100km wandelingen gewandeld);”Dat is hier genen 100 km maar een gastronomisch weekeinde”. Een pluim die in de eerste plaats kon opgestoken worden door de verzorgers tijdens deze prachtige tocht.

We arriveerden om kwart voor vijf. Dat is geen uitzonderlijke tijd. Maar als je het parcours kende wist je dat hier geen snelle tijden in groep konden gelopen worden. Het was een prachtige prestatie van een groep die zeer dankbaar was en de wandelschoenen op de juiste plaats droeg. Louis eindigde dit feest zoals hij het de dag voordien had ingeblazen. Een passend woordje van een voorzitter die met veel overgave dit project had gesteund van de eerste moment. Hetzelfde gold voor alle andere bestuursleden. En bij de uitreiking van de badges liepen de meesten hier nog wel ergens rond. V.O.S. had de klus geklaard. Missie volbracht. Kris hazenbosch

14:27 Gepost door VOS Schaffen | Permalink | Commentaren (1) |  Print | |

Verslag Gildentocht 2009 door Sven Nijs

2de Gildentocht 100 Km te Schaffen.

Vele mensen hebben mij reeds gevraagd hoe het is om een 100 mee te maken voor iemand van mijn jonge leeftijd, welke sfeer er onder de groep zweeft bij zo’n evenement, en nog vele andere vragen. Daarom ga ik in dit artikel schrijven hoe ik deze 100 heb meegemaakt.

Donderdag 30 april, de dag die met rood stond aangekruist in mijn schoolagenda, was eindelijk aangebroken. Hier had ik een gans jaar (nou ja, minstens drie weken) naartoe geleefd en getraind om klaar te zijn voor “De tweede honderd kilometer van Schaffen”. Om 19:30 uur was het dan eindelijk zover, het werd tijd om naar de startzaal te vertrekken omdat ik de start die voor mijn groep (de 6,5 Km/uur, onder leiding van Kris Hazenbosch en Jozef “Jef” Sterckx) om stipt 20:50 gegeven zou wou gaan voorbereiden. De andere groep (die van 6 Km/uur, onder leiding van Eduard “Warre” Goyvaerts en Hugo Bonnyns) zou 10 minuten later vertrekken. Tot vlak voor de start zat ik nog met het dilemma om over te schakelen op de 6 Km/uur omdat mijn trainingsrondes nooit echt perfect waren verlopen en omdat ik van de laatste steekproef in Deurne op de Sint-Engelbertustocht absoluut niet tevreden was wegens wat ik te “slechte conditie” noem maar ik besloot toch alles op alles te zetten en de 6,5 Km/uur te proberen.

Om 20:40 nam onze voorzitter het woord om zo officieel “De 2de Gildentocht 100 Km” in te luiden en de namen af te roepen van de mensen van de “rappe” groep. Toen de voorzitter aan mijn naam kwam ging er een lichte zucht van verontwaardiging en hilariteit door de zaal en na het ophelderen van de situatie konden we eindelijk de koe (of de stier) bij de horens vatten.

Etappe 1: Schaffen -> Diest

We vertrokken vanuit de Gildenzaal richting vliegplein via de Vroentestraat. Al in deze eerste meters werden mij 2 dingen duidelijk. Het eerste aspect was dat het hier ging om een zeer sterke groep en het tweede aspect wat mij opviel was dat de sfeer op een 100 veel vriendelijker en gemoedelijker is dan op “nen 12”. Al enkel voor de sfeer zou je willen meedoen met zo’n evenement. Na het vliegveld vervolgden we onze weg richting “De Schans” om zo langs het “Hof te Rhode” en de Lazarijberg aan de Diestse ring uit te komen. Zo gingen we verder over de wallen om zo via “de sluis” uit te komen aan het provinciaal domein “De halve maan”. Op dit moment begon het echter al wat schemeren en werd de groep op een lint getrokken omdat het maar een smal paadje was. Na wat oponthoud omdat iedereen nog van een trap moest (wat in het donker moeilijker is dan je denkt, onderschat het maar niet!) staken we de “Omer van Oudenhovelaan” over om zo via de Warande en Diest-centrum uit te komen bij Pegasus, symbool van de para’s van Diest en voor ons ook het symbool van de eerste controle in “Het Wit Huis”.

 

 

Etappe 2: Diest-> Halen

Na een pauze met lekkere snacks en een verfrissende,energierijke drank (lees tafelbier) vervolgden we onze weg. Dit zou een van de mooiste etappes voor mij worden. Vanuit “Het Wit Huis” vertrokken we richting rusthuis (en nee,we hebben nooit overwogen om hier  iemand achter te laten) om zo naar de Kloosterberg te gaan. Zoals de meeste mensen wel of niet (schrappen wat niet past) wel weten is de Kloosterberg de tweede hoogste heuvel van Diest na de Langenberg te Molenstede. Na een slapend konijn te hebben wakker gemaakt bereikten we de top en hadden we een prachtig uitzicht over gans Diest-centrum. Maar we waren er niet om van uitzichten te genieten maar om ons doel te verwezenlijken. Vanaf de Kloosterberg gingen we verder richting Webbekom om onder de autostrade door te gaan en ons dan richting Halen te begeven. Na een tijdje langs de autostrade, door prachtige hollewegen (onder meer door de diepste holleweg van België) en door een boer zijn veld te zijn gewandeld (de desbetreffende persoon had met zijn ploeg het paadje maar niet moeten omploegen) kwamen we in Halen aan, preciezer gezegd waren we aangekomen aan de voet van de Bokkenberg waar de controle weer perfect op tijd voor ons stond uitgestald. De Bokkenberg is een heuvel waarvan de top op meer dan 70 meter boven de zeespiegel ligt en dat maakt dat hij hoger is dan welke heuvel dan ook in Diest. Ondertussen waren we ook al 1 mei en hadden we dus een jarige in de groep. Nadat hij van alle groepsleden (mij inclusief) de beste wensen had gekregen voor zijn verjaardag en iedereen nog wat suikers had bijgetankt was het moment gekomen om de groep weer in gang te trekken voor de volgende etappe.

Etappe 3: Halen -> Waanrode

De derde etappe was er voor mij een op onbekend terrein omdat ik in de streek van Halen en Waanrode zelden of te nimmer ga wandelen. Maar dit wil niet zeggen dat dit stuk me niet aardig heeft verrast. We vertrokken aan de voet van de Bokkenberg richting zijn top. Wie dit artikel al even aan het meelezen is (en ik hoop dat dit er velen zijn) weet dat dit een hoog heuveltje is, maar onze groep zat nog fris en vond dit zoals de Duitsers zouden zeggen

“Spielerei”. Nadat we op de top van de Bokkenberg aangekomen waren moesten we richting het dal en gingen we richting klein- Frankrijk om hier de provinciegrens Limburg<->Vlaams-Brabant weer over te steken. Op deze stukken bewees de goede groepsmentaliteit zich omdat men in de kop van het pelotonnetje zowaar moppen begon te vertellen. Na even geïnformeerd te hebben of er geen Nederlanders met de groep meegingen waagde ik erop om een paar “Goei hollandermoppe” te vertellen die zowaar succes oogsten. Doordat de moppen voor wat verstrooiing zorgde stonden we in geen tijd in Waanrode-centrum waar een sympathieke cafébazin en onze nog sympathiekere “Roadies” al reeds klaar stonden om ons op te vangen voor een drankje en “ne pistolet me kees of hesp”. Nadat de groep even een sanitaire stop had gemaakt konden we weer verder voor de volgende etappe.

 

Etappe 4: Waanrode-> Assent

Nadat we in de donkere “Waanrodense” nacht waren verdwenen stond de etappe naar Assent op het programma. Degene die Waanrode kent weet dat dit dorpje naast zijn bloemenfeesten ook bekend staat voor zijn velden en in mindere maten zijn hollewegen. Dit konden we ook merken toen we vertrokken en zelfs s’nachts immens ver konden kijken. Omdat het nacht was viel er buiten dat ook niet veel noemenswaardig te melden tot het moment dat we aan de Hermansheuvel kwamen. Dit is een heuvel die op grondgebied Bekkevoort ligt en geld als de zwaarste en de hoogste van heel Hageland (of toch tenminste van Diest en omstreken). Nadat we boven kwamen op de Hermansheuvel kwam ik echter tot de subjectieve conclusie dat ik de Kloosterberg en de toekomstig te beklimmen Luienberg en Voortberg zwaarder vind en misschien nog velen met mij, maar het is alleszins prachtig en zelfs tof om dit s’nachts eens te proberen. Een aanrader voor iedereen die s’nachts niet kan slapen!! Na de Hermansheuvel kwamen we aan de E313 die we daarna onderdoor zijn gemarcheerd om zo via de Mierenberg aan te komen in Assent-centrum waar het weer bevoorrading was en waar we afscheid moesten nemen van Ilse en Hilde die tot dan toe onze bevoorrading voortreffelijk hadden geregeld maar toen gingen slapen en zouden worden vervangen.

Etappe 5: Assent-> Scherpenheuvel

We vertrokken voor deze etappe nogal achterdoor om beton te vermijden en ik was verbaasd dat Kris hier nog zo’n mooi verborgen stukje had gevonden om door te wandelen. Opeens werden we door de tweede baankapitein van onze groep, Jef Sterckx, voorbijgesneld. Hij had er aan gedacht dat er iets verder op het parcours een gat in de weg zat en was zo vriendelijk om het voor de ganse groep op te sporen voor dat er iemand een voet in zou breken. Vervolgens kwamen we aan de Leuvensesteenweg en toen we die moesten oversteken begon het bij sommige bij het zien van een paar roze lampjes van het etablissement “Candy” het verlangen naar een extra controle te kriebelen maar zich vermannend met een doel voor ogen en er is goed om lachend stonden we al reeds voor de volgende uitdaging namelijk de Luienberg. Men vergist zich maar beter niet aan de misleidende naam van deze berg zoals ik deed want men mag dit voor mij gerust een berg noemen, dit was zowat de zwaarste die ik tot dan toe al had gedaan. Maar de beloning toen we bovenwaren was des te groter. We konden onze zondelijke gedachten die we een paar minuten eerder gehad hadden namelijk al reeds gaan opbiechten bij Jezus hemzelve. Dit hoge beeld is er vroeger gezet om de slachtoffers van WO II te gedenken maar wordt stilletjes aan minder en minder goed zichtbaar voor de mensen in het dal door overmatige begroeiing. Na een paar hoogst opmerkelijke foto’s te hebben getrokken van dit beeld vervolgden we onze weg richting Scherpenheuvel. Het bedevaartsoord bij uitstek in België na Benidorm (wat we ook al als België kunnen erkennen met al dat Belgisch vakantievolk). Reeds van in de verte zagen we al het verlichte kruis van de Basiliek, tot we er op een gegeven moment zo dichtbij waren dat we het kruis niet meer konden zien en dit luidde het feit in dat we op de eerste grote controle van deze 100 Km aangekomen waren, die zich bevond in de brandweerkazerne van Scherpenheuvel-Zichem en waar ons een overheerlijk dampend bord spek met eieren en een lekker warme zaal opstonden te wachten.

Rustpauze

Scherpenheuvel was de eerste controle waar we over onze bagage konden beschikken en daar maakten velen onder ons ook gebruik van. Maar na eventjes te hebben gezeten dreigde er een valse noot te gaan weerklinken onze tocht. Ivan, voor de meeste onder jullie wel bekend als “De man van zeefdrukkerij Karmijn” dreigde te moeten opgeven. De precieze oorzaak wisten we niet maar hij zag er alleszins helemaal niet goed uit. Gelukkig zat er een dokter in onze groep die hem onderzocht en hem afraadde om nog verder te wandelen. Maar hij wou niet luisteren en zou de 100 KM uitdoen zelfs nadat Kris gedreigd had om hem uit de wandeling te zetten. Hier kan ik maar een ding over zeggen en dat is: respect voor hem!! Ik ken er maar weinigen die hem zouden nadoen. Een knap staaltje van weerbaarheid (en misschien ook wel koppigheid). Na dit voorval bedankten we Maggy,François,Jeanine,Ine en last but not least Marc voor de goede zorgen en vervolgden we onze weg richting het einddoel.

Etappe 6: Scherpenheuvel ->Testelt

Degene die vorig jaar met ons meegegaan was voor de 100 kwam nu op bekend terrein terecht. We vertrokken te Scherpenheuvel in het donker en we kwamen zowaar al de eerste meibedevaarders tegen die naar Scherpenheuvel trokken. Dit was een interessante verstrooiing en na deze voorvallen kwamen we tot de conclusie dat de zon al terug aan het opkomen was en dat we de lampen konden opbergen. We gingen richting Keiberg om zo via stukken van de, o zo, bekende (intussen jammerlijk gestopte) Griezeltocht onze weg richting de grote baan richting Testelt te banen. Tenslotte zouden we via de grote baan Testelt-Scherpenheuvel het ontwakende dorpje Testelt en de volgende controle in het vizier krijgen. Deze controle werd verzorgd door Willy, Boni, Mariette en Rachel en hier stond ons een lekkere kom soep te wachten die Willy zelfgemaakt had. En ere wie ere toekomt ,het was heel lekkere soep. Zo stonden we in de vroegte langs de spoorweg met een hele groep soep te slurpen en ik weet niet waarom maar dit gebeuren schiep een soort van band.

Etappe 7: Testelt-> Averbode

Na iedereen bedankt te hebben vervolgden we onze tocht en zouden we reeds onmiddellijk de Voortberg bedwingen. Voor de mensen die niet weten welke berg dit is, dit is de berg in Testelt waar grote satellietschotels op staan. Deze is niet zo hoog maar heeft op bepaalde plaatsen een verschrikkelijk stijgingspercentage. Er zijn plaatsen die zelfs naar de 25% gaan. Nadat we een beetje bekomen waren van dit monster, gingen we naar het vierkensbroek om zo via de uitlopers van Averbode-dorp uiteindelijk de Averboodse bossen en de Weefberg te bereiken. De Weefberg is een korte,steile kuitenbijter waar je je niet aan mag vergissen want op deze korte stukken ben je in staat om volledig kapot te gaan. De groep had hier uiteindelijk weinig tot geen problemen mee en nadat we de uitgang van het bos hadden gevonden wandelden we richting de abdij van Averbode of de Sint-Norbertusabdij (bekend om zijn lekkere kaas) die voor de toerist in ons jammer genoeg gesloten was. Na dit knap staaltje van architectuur te hebben bewonderd staken we de grote baan over om via de “ijskreemweg” (waar jammer genoeg weer geen enkele ijskar open was , altijd tegenslag!) naar de volgende controle te wandelen waar Louis ,Irene en Zenon klaar stonden om ons nog een keer te bevoorraden.

Etappe 8: Averbode -> Peerdeposterij (Gerhees)

Dit was qua parcours de mooiste van alle etappes en dit om 3 redenen. Bos, bos en nog eens bos. We vertrokken in Averbode  via het fietspad Gerhees-Averbode om na een paar meter al reeds links af te draaien en nog een boer te gaan “ambeteren” die zijn paadje had omgeploegd (zie ook de etappe 2). Op deze manier kwamen we vlakbij de provincie Antwerpen maar toen we er bijna waren sloegen we jammer genoeg rechts af en konden we onze “drieprovincientocht” wel vergeten. Maar geen punt, want wat we hierna tegenkwamen was beter dan een rondje Antwerpen. We kregen verschillende op en neer gaande moeilijk begaanbare paden voorgeschoteld wat ik absoluut niet erg vond maar ja , ieder zijn meug zeker. Na deze stukjes kwam er wel een kleine ontnuchtering voor ons. Doordat er tegenwoordig grote stukken bos worden gekapt te Gerhees om er weer heide van te maken (welk nut dit ook moge hebben) zagen we opeens een enorme gapende leegte voor ons. Een troosteloze vlakte is volgens mijn opinie de perfecte verwoording voor dit jammerlijke schouwspel. Na dit achter ons te hebben gelaten staken we de N127 over om zo door de nog staande bossen heen ons lospunt, de Peerdeposterij te Schoot, te bereiken waar onze laatste momenten als groep geteld waren maar waar er nog wel een groepsfoto werd gemaakt en ons een smos en een drankje werden aangeboden.

Etappe 9: Peerdeposterij -> Houterenberg

Vanaf hier begon mijn eigen eenzame tocht door het grensgebied van Vlaams-Brabant en Limburg. We vertrokken vanuit de Peerdeposterij voor de laatste 36 afgepijlde Km van deze tocht. We vertrokken door onmiddellijk het fietspad over te steken en zo weer het bos van Gerhees in te duikelen. We zouden er praktisch niet meer uit komen tot de volgende controle. We gingen via de Schoterheide naar de Achterheide en van daaruit richting Houterenberg. Dit stuk stond gekenmerkt door zijn prachtige bosdreven en kleine vergeten bospaadjes. Een wandelaanrader voor iedereen! Er is een mogelijkheid om te vertrekken aan de V.V.V. toren voor afstanden van 4 tot 10 Km. Op het einde van deze etappe zigzagden we onze weg door de vroegere camping die zich op de flanken van de Houterenberg bevond.

Etappe 10: Houterenberg -> Deurne

Nadat we door Louis en Irene weer voortreffelijk bevoorraad werden aan de voet van de Houterenberg moesten we onze tocht vervolgen. We werden de Houterenberg opgestuurd die blijkbaar ooit nog had dienstgedaan als crossparcours en waarvan de sporen nog in de hellingen zaten wat deze beklimming dan weer wat zwaarder maakte maar nog doenbaar. Nadat we deze berg na een moeilijke afdaling (door het kappen van bomen lagen er veel bomen over de paadjes wat de afdaling niet makkelijker maakte) waren afgeraakt staken we de N147 over om zo aan de tweelingbroer van de Houterenberg ,namelijk de Rooienberg, te kunnen beginnen. Deze berg dankt zijn naam aan de rode kleur van het zand en was vroeger dan weer een echt crossparcours waar onder andere Geboers e.a een overwinning hebben gevierd. Tegenwoordig ligt deze berg er verlaten bij wat deze berg dan weer tot een ideaal broedgebied voor vogels maakt. Na de beklimming van deze berg staken we het plateautje dat boven op de berg ligt over om via een beginnend fietspad aan de afdaling richting Deurne te kunnen beginnen. Toen we bijna beneden waren moesten we links afslaan naar een ander fietspad dat langs een boerderij liep. Na dit paadje een tijdje gevolgd te hebben moesten we door bos en veld wandelen om zo aan de winkel “Happy Land” te komen en de straat net langs deze winkel in te wandelen op weg naar de volgende autocontrole.

Etappe 11: Deurne -> Vleugt

Dit zou de laatste etappe worden voor we de reguliere wandeling zouden vervoegen. We vertrokken op de autocontrole te Deurne om een stukje over de grenslijn van Vlaams-Brabant en Limburg te balanceren om daarna rechts af te buigen en via verschillende brede wegeltjes met mooie in bloei zijnde bomen uiteindelijk de voet van de Molenberg te bereiken die we helaas niet zouden beklimmen. Een schrale troost was het feit dat we erlangs zouden wandelen. Hierna moesten we het moeras of voor de streekgenoten “ het Willebroek” passeren. Verbazend hoe mooi dit vergeten deel van Diest wel niet is. Prachtige vijvertjes met kwakende kikkers en zoemende muggen. De mensen met hooikoorts moet ik wel afraden om rond deze tijd van het jaar het broek in te duiken omdat er dan veel pollen rondzweven. Op sommige wegeltjes daalden de pollen door de luchtverplaatsing en gingen we op sommige momenten over een “witte loper”. Na dit deel te hebben verlaten staken we wederom de N725 over om zo naar de Kruisberg te gaan en daar de “gewone” wandelaars te vervoegen. Nadat we over de immer groene Kruisberg wandelden gingen we via de Schellekensberg naar de controle op de Vleugt waar voor de tweede en laatste keer de bagage ter onzer beschikking stond.

Etappe 12: Vleugt -> Meldert (Autocontrole)

Vanaf de controle was het voor mij gedaan met de eenzaamheid en op de een of andere manier gaf dit mij vleugels. We vertrokken op de Vleugt en staken dan de N725 over om aan de kerk naar rechts te gaan naar de vroegere voetbalplein. Daarna moesten we links afslaan om een soort van rechthoek rond een veld te maken en om zo via Blanklaar naar de N29 te stappen om deze dan te dwarsen. Hierna gingen we in de richting van Geeneinde om zo naar de laatste autocontrole van deze 100 Km te gaan die voor onze groep weer perfect verzorgd werd door onze voorzitter Louis en zijn vrouw Irene.

 

Etappe 13: Meldert(Autocontrole) -> Meldert

Vanaf de autocontrole begon een van de zwaardere stukken van deze hele 100 Km. Het kan mijn mening zijn omdat ik moe was of wegens het feit dat de zon er lustig op los brandde op de kale velden van het kleine dorpje Meldert. Voor iemand die dan ook nog de Venusberg moet beklimmen na al reeds 90 Km te hebben gewandeld kan het zijn dat je de impressie krijgt dat het zwaar is. Zoals dus al reeds gezegd vertrokken we vanaf de autocontrole over de Venusberg om dan via de open velden, het Schuilensbroek (met bijhorende heuvel van 38 meter boven de zeespiegel) en Geenrode (een heuveltje van 40 meter hoogte) naar de voetbalvelden van S.K. Meldert te stappen. Vanaf hier volgden we de gewone betonnen baan om aan de frituur “Het Patatje” rechts in te slaan en langs een klein kerkpaadje uiteindelijk de “Kalen Dries” te bereiken waar de laatste controle van deze 100 Km zich bevond. Dit op een zestal Km van het einde.

Etappe 14: Meldert -> Schaffen

Vanuit de Kalendries vertrokken we langs de grote baan om zo ter hoogte van “Café De Nachtmis” over te steken en zo langs de (reeds lang) ingestorte kerk van Meldert te wandelen. Net voorbij de kerk moesten we naar rechts langs de kapperszaak van de koster van Meldert om zo via een klein paadje en langs de achterkant van de “Techno” een woonwijk te bereiken. Via deze woonwijk kwamen we op een splitsing die ons vertelde dat wij naar rechts moesten en dat de andere afstanden links bergop moesten. Een kleine 200 meter na deze splitsing moesten we al reeds links afslaan om onze laatste berg te gaan beklimmen. De Hertenrodeberg is een 57 meter hoge berg die zowel in Limburg als in Vlaams-Brabant ligt en dus zodoende de verbinding vormt tussen deze twee provincies. Tevens vormde deze streek tussen 1830 en 1837 een soort van smokkelstreek omdat Limburg pas 7 jaar nadat België ontstond bij België werd gevoegd ontstond hier elke nacht een soort van volksverhuizing. Toen we bovenkwamen moesten we naar links en daar vervoegden we de 8 Km. Met andere woorden ,het einde was inzicht. Nadat we nog een flauwe bocht naar rechts hadden gemaakt moesten we naar links om zo aan een lang stuk te beginnen wat afwisselend bergop en bergaf verliep. Nadat we dan uiteindelijk de Postbaan hadden bereikt moesten we daar nog zo’n kleine Km over wandelen. Als je iemand voorbij wandelde hoorde je dat het onderwerp van hun gesprek de 100 Km was. Dit gaf nog een extra boost ook al verklaarde sommige mensen ons voor zot. Ter hoogte van Postbaan 190 moesten we rechts af om over de gronden van de N.V. Arbor (bomenbedrijf) om daarna voor de laatste keer een grote baan over te steken namelijk de N29. Hierna gingen we via het “Duvelskot” naar Schaffen-centrum. Dit was tevens het laatste onverharde stuk van deze onvergetelijke tocht. Om aan de Gildenzaal te geraken moesten we eerst nog wel de gehele Waterstraat afwandelen om dan via het Sint-Hubertusplein oog in oog te staan met de zaal waar we een dag eerder vertrokken waren voor deze hachelijke onderneming. Met andere woorden: we waren binnen.

 

Afsluiter

Nadat we binnen waren en we elkaar gefeliciteerd hadden voor onze mooie prestatie kregen we nog een prachtig sweat T-shirt dat werd gesponsord door “Dorne-Sport” en na nog een paar glazen geledigd te hebben om terug op krachten te komen werd het tijd om terug naar huis te gaan.

 

Bedankjes

Op deze manier wil ik iedereen bedanken die heeft meegeholpen aan deze 2de Gildentocht 100 Km want hij was gewoon af. Bedankt iedereen die voor het parcours heeft gezorgd, bedankt iedereen die voor de bevoorrading heeft gezorgd dus kort gezegd: Iedereen bedankt die voor deze fijne dag heeft gezorgd.     

14:19 Gepost door VOS Schaffen | Permalink | Commentaren (0) |  Print | |