06/11/2009

Verslag Eerste Gildentocht 100 km 2008

Woensdagavond 30 april. Deze datum had ik al lang in mijn agenda vastgepind. Maanden hadden we met een tiental mensen de nodige voorbereidingen getroffen om voor het eerst in de geschiedenis een 100 km. in Schaffen aan te bieden.

Met de inschrijvingen waren we tevreden.  We hadden plaats voorzien voor een 40 tal wandelaars.Al hadden we aanvankelijk slechts 20 plaatsen voorzien, maar na de voorwandeling, die in februari had plaatsgevonden, besloten we het dubbel aantal deelnemers toe te laten. We startten uiteindelijk met 22 deelnemers en 2 baankapiteinen.

Vanaf 19 uur begonnen de eerste wandelaars al binnen te sijpelen. Je herkende ze onmiddellijk: meestal al in sportieve uitrusting en bagage bij de hand. Met een zekere gespannenheid meldden ze zich aan. Gefocust op wat komen ging. Zo hoorde het! De grote groep van deelnemers waren voor Hugo en mezelf geen onbekenden. Deze wandeling werd voor weinigen een voordoop in lang afstandswandelen. Daar was deze tocht te zwaar voor. Toch boden er twee voskes zich aan die nog nooit een 100 km hadden gewandeld. Sven Nijs zou voor het eerst starten voor deze afstand en vond dit het ideaal cadeau om zijn 16e verjaardag te vieren (op 1 mei zou hij 16 worden, tevens de minimum leeftijd om deel te mogen nemen aan deze uitdaging). Ook Marc Jacobs van onze club bood zich aan. Nog nooit 100 km gewandeld en dit jaar amper gewandeld. Hij bleef er rustig bij en had er vooral zin in.

Het werd 21 u. Iedereen stond gedisciplineerd klaar om er in te vliegen. Net voor het startuur had het nog goed gegoten in de schijn van ondergaande zon. Een regenboog wees ons de richting aan naar goed geluk. We waren vertrokken. Pijlen werden er voorlopig niet gevolgd. Iedereen schuilde zich achter de voorste baankapitein. Elke beweging hij zou maken, zou naarstig opgevolgd worden. Onze twee debutanten zetten zich onmiddellijk vooraan. Een verstandige aanpak. Nadat we het vliegveld bereikten, doken we de onverharde wegen in waar we bijna gans de nacht in zouden vertoeven. Vele paadjes moesten één voor één afgelegd worden. Dat maakte het extra zwaar in de achterste gelederen. Zij moesten telkens bijbenen. De wandelaars vooraan konden een gelijkmatiger tempo aanhouden.

Wanneer we Dassenaarde betraden trad de duisternis aan. De lichten werden aangestoken. De fluo jasjes lichtten op. Het decor voor de nachtwandelingen. Het tempo zat er goed in. Ik merkte dat ik meermaals moest wachten voor een hergroepering na het betreden van smalle paadjes. Ik wachtte tot ik Hugo hoorde of zag. Na een tijdje herkende ik de schijn van zijn zaklantaarn. We wandelden nu door de prachtige dreven van Asdonk. We flirtten er met de grens tussen Brabant en Limburg. Sommigen deelnemers, waaronder Jef Sterckx, herkenden nog stukken van de kempentocht in 2006. Hier vond de oorsprong plaats voor een deel van dit parcours. Ik heb toen als losse medewerker het parcours gemaakt in onze contreien. Ook deze etappe naar de Rodenberg in Engsbergen was een bekend stuk. De klim naar boven op de Rodenberg was een eerste waarschuwing voor de groep dat dit geen vlakke wandeling zou worden. De heidevlakte was mooi tijdens de nacht. Vroeger kon je er alle lichtjes van Tessenderlo Chemie aanschouwen. Nu beletten opgroeiende dennen het zicht op Tessenderlo. De vlakte leek wel één van de favoriete plekjes van de maan. Alsof er een schijnwerper op stond. Zo leek het wel. Ik sloeg een padje in dat langs een weiland naar beneden slingerde en zag iets later de auto’s van ons alert vos team staan. Na 10.5 km hielden we een eerste wagenstop. Er was even paniek. Ons dynamisch team, bestaande uit Jean, Guy en Paul, was nog maar net op de plaats van bestemming toegekomen. De moderne technologie in de hoedanigheid van een GPS had het laten afweten. Als bij wonder arriveerden wandelaars en bevoorraders de plaats op hetzelfde moment. Ik dacht aan de regenboog van voor het vertrek…

Onze groep mopperde niet. Iedereen stak een handje toe en in geen tijd genoten we van onze koek en een lekker drankje. Heerlijke momenten. Samen op adem komen, genieten…  We hielden ons aan de 10 minuten en in geen tijd doken we alweer de donkere bossen van Tessenderlo in. Het volgende traject (opnieuw 10 km) zou het langste stuk volledig in het bos worden. Maar eerste moesten we van de rodenberg naar de houterenberg geraken. Een pad van een kilometer trakteerde iedereen op een modderbad. Telkens iemand wegzakte, kon je het horen door de kreten die er werden geslagen en het sompende geluid dat je wandelschoen maakte. Jos Van Gorp kwam naar me toe en glimlachte met ontblootte tanden “zo hebben we het graag!!” Bij het oversteken van de Sparrenweg richting Geel, controleerden we de staat van onze groep. De rode blos op eenieders wangen was als een groen licht, klaar om de volgende kempense heuvel te betreden. Dit pad ging zigzag naar boven met enkele stevige klimmetjes in. Ik keek achter me. Ik kreeg er kippenvel van. Tientallen lichtjes slalomden gesta naar boven. Bijna geruisloos. Het leek wel een sprookjestafereel. We betraden nu de bossen van Gerhaegen. Het was er zo donker. Ik moest me concentreren. Met een tempo van 6.5 km/u. had je geen tijd om een plan te lezen. Je moest je parcours uit je hoofd kennen. Hier was dat niet makkelijk. Je had bijna geen enkel referentiepunt. Enkele malen wandelde ik zelf van het pad af omdat ik het gewoon niet zag! Maar we bleven perfect op onze route. Sven was met het uur bezig. Hij was nog geen enkel moment van mijn zij afgeweken. Aanvankelijk wandelde hij vooraan om niet achterop te geraken. Nu was het al eerder om tempo te kunnen maken. Hij was niet te houden. “Die jongen komt uit ne goeie stal!” dacht ik bij  mezelf. Ik hield alsmaar het uur in het oog wachtend op zijn verjaardag. Om twaalf uur schreeuwde hij, en wij, het uit. Een half uurtje later hadden we ons een weg gebaand uit dit reusachtige donkere bos. We betraden het gezellige caféetje “de peerdeposterij”. Nadat iedereen zijn boterham in de mond had gestoken en een drankje voor hem had staan, nam Jean, onze erevoorzitter, het woord. Hij richtte zich tot Sven en feliciteerde hem op gepaste wijze. Ik was fier een voske te zijn. Zo’n warm gebaar was van ontelbaar belang. Daar draaide het wandelen om, de vriendschap. Of, “l’ amitié”, zoals onze waalse vrienden het zegden. Met een warm gevoel gleed de ganse groep terug naar buiten, gereed om er terug een lap op te geven. We konden ons wat opwarmen daar we enkele verharde wegen aandeden. Deze wegen waren het voorspel van ons bezoek aan de provincie Antwerpen. De pompoenstappers voelden zich aangesproken! Ze waren maar liefst met vier ingeschreven! De wegen door het bos werden ingeruild door padjes die zich een weg baanden door de velden van Laakdal. Al gauw pronkte de immense kerkentoren in de hemel. Ondanks het late uur zag je de kerk nog mooi verschijnen. Deze kerk had een eigenaardige lokatie. Eens je over de laak wandelde verscheen ze voor je. Pas honderden meters verder ontmoette je de eerste sporen van de dorpskern. Trouw aan het concept sloegen we eerst weg van de kern om iets later maar even te piepen in dit dorpje. Terwijl de laatsten zich een weg baanden door deze kern langs een drukke weg, waren de voorste gelederen alweer padjes aan het betreden. Het tempo zat er opnieuw in. We zaten nu op de laatste lange etappe van opnieuw een tiental kilometers. Nadat we een ietwat drukkere weg kruisten, trokken we opnieuw de woestenij in. Deze modderstrook richting Eindhout was voor velen onder ons nieuw. Ik vermoedde dat vele clubs dit stuk meden omwille van de moeilijke stroken. De groep kreeg het hier behoorlijk lastig. Uitgedroogde plassen gaven hun ondergrond prijs. Maar terwijl je er je voet in vastpinde, zakte je door de zandstroken. Het had iets van moerasstroken. De groep werd uiteengereten. Ik hield halte nadat ik geroep hoorde vanuit de achtergrond. Hugo gaf aan dat Luc Guns niet meer volgde. Luc had het moeilijk gekregen na de eerste 20 km. Ik had hem aangemaand vooraan te blijven. Maar dat was hem niet gelukt. Hij was terug naar achter gezakt. Ik keerde terug op mijn stappen. Iets verder trof ik hem aan. Hij stak bijna vast in het verraderlijke zand. Luc zat er door. “Ik heb te weinig getraind om dit aan te kunnen”, gaf hij aan. Ik moedigde hem aan om nog een kilometertje verder te wandelen. De derde controle was op komst. Ik zag echter geen van beide wagens staan. Ik panikeerde even. “Wat moet ik nu doen?” En dan zag ik beide wagens achter een haag staan. Paul en Guy kwamen rustig uit de wagen gekropen. Onze rotsen in de branding stapten ons rustig tegemoet en verzorgden ons even later als God in Frankrijk. De controle was alweer op en top. Een lekkere pudding en drank naar keuze. Ik had zelf wat tijd verloren met Luc op te halen en schrokte mijn pudding naar binnen met een colaatje. Luc haalde het en zocht een warm plaatsje in één van de bezemwagens van onze club. De groep moest verder met een man minder. Enkele honderden meters verder beklaagde ik mijn snelle hap. Mijn buik begon te klagen. Rudy vatte post naast mij en dacht even dat ik een vliegje had ingeslikt. Ik voelde me plots verschrikkelijk ziek en moest overgeven. De groep was even sprakeloos. Naar waar nu? Met luidde stem stuurde ik hen de juiste richting uit. De groep trok over een verharde weg via taverne ‘het Laak’ naar Zammel. Ik had tijd om me terug aan te sluiten bij de groep en de leiding opnieuw over te nemen. Maar het ging me niet af. Diarree teisterde mijn lichaam en maakte me niet alleen ziek maar ook onzeker over het vervolg van deze tocht. Het was in de eerste plaats al moeilijk om me even af te zonderen van de groep. Elke wei die ik inliep volgde de wandelaars me. Ik stuurde hen onmiddellijk weg en zei dat ik opnieuw onwel was. De groep hield halt en wachtte op beterschap van hun baankapitein. Mijn benen trilde. Ik voelde me uitgeput. Toch greep ik de moed bijeen en vervolgde onze route. We naderden Westerlo. We passeerden de prachtige landerijen van De Merode. Wat vond ik het jammer dat ik niet kon genieten van deze mooie taferelen. Genot moest plaats maken voor moed en volharding. Ik perste al mijn energie samen om het tempo aan te kunnen houden. We staken de kleine Nete over en ontmoetten zo het centrum van Westerlo. Het kasteel van De Merode schitterde algauw in de hemel en kondigde zo onze derde controlepost aan.

Gust, een vrijwilliger van het seniorencentrum van Westerlo had zich bereid gevonden om ons ’s nachts op te wachten en van met drank te bedienen. Wat een schat van een man. Zeer onverwacht had hij zijn zoon pas moeten afgeven en toch hield hij zich aan zijn woord. “Als ik zeg dat ik dat doe dan doe ik dat”. Zo maken ze ze niet meer… Ik was nog steeds te ziek om mijn dank en bewondering uit te spreken naar Gust toe. In alle stilte zette ik mij aan een tafeltje en verplichtte mezelf één van de heerlijke clubs te eten die onze bestuursleden vroeger op de avond vers hadden gemaakt. Dit vroeg zeer veel van mijn lichaam. Een cola was noodzakelijk om de verloren suikers bij te benen. Maar het baatte niet veel. Ik belandde terug op de pot. En toen was er Guy. Hij bood me immodium aan. Jongens en of dat spul werkte! In geen tijd kon ik terug aan de slag. Ik dook een parkje achter het stadhuis in. Marc zag me plots wegduiken en riep; “ Ge gaat toch niet weer beginnen???” Ik kwam terug tevoorschijn achter het struikgewas en stelde iedereen gerust dat dit de wandelroute was. We lachten met zijn allen opgelucht en waren opnieuw vertrokken voor een volgende etappe. We trokken richting Tongerlo maar zouden aan de Beeltjes terugdraaien. Het was stil in de Kempense bossen en eens we langs de oevers van de kleine Nete voor’t eerst begonnen terug te stappen waren de eerste tekenen van een nieuwe dag te zien. Tijdens de voorbereidingen had ik hier wel eens reeën zien opduiken. Nu drukte ons geroezemoes de veilige stilte van het bos in een hoekje.  De Grond van Herselt verscheen voor een tweede maal onder onze voeten. Het werd niet het fraaiste stuk van de wandeling. Door het rooien van deze mooie bossen waren de wandelpaden omgevormd tot modderstroken. Wij begonnen aan een cursus in evenwicht. Even later bereikten we het verhard en zochten we voor een laatste keer onze mannen van de nacht op. Jean, Guy en Paul hadden alles mooi klaar staan op de parking van Mie maan. Het werd licht. Na 45 km voelde iedereen zich een beetje herboren. De lange bosdreef tussen Averbode en Westerlo veraste ons. Geen modder meer. Men had er steenpuin op gekapt. Een aanslag op de natuur die weer veel stof zou doen opwaaien. Voor ons was dit een dubbeltje op zijn kant. Het verhard maakte het makkelijk terwijl je voortdurend moest uitkijken om je voeten niet om te zwikken. De laatste rechte strook naar Averbode was ook in een nieuw jasje gestoken. De bovenste modderlaag was hier weggeschraapt in de hoop zo een stabiele onverharde weg in het leven te roepen. Langs ons troffen we nu kaalgekapte stukken bos aan. Natuurpunt had een groot plan om terug vele heidevlaktes aan te leggen. Die zijn destijds moeten wijken voor bosbouw, voornamelijk voor de mijnbouw te ondersteunen. Nu waren deze plaatsen het middelpunt van verhitte discussies geworden tussen verschillende mensen die zich enorm betrokken voelen met de natuur van onze streek. Wij aanschouwden als lange afstandwandelaars dit decor. En ondertussen ging het opnieuw naar boven en naar onder. Een carrousel die maar niet tot stilstaan komen wou. In de schijn van de abdij van Averbode hielden we dan toch even halte. Lekkere verse soep van de hand van Willy werd ons met brede glimlach opgediend. Mariette, Rachel en Boni hadden zelfs een partytent opgezet. Vanaf nu zouden de controlepunten door meerdere teams worden bemand. We genoten van deze plaats, van dit moment. Mijn klok beval me spelbreker te spelen. Boven op de berg kon ik ten biechte gaan. Maar daar dacht ik nog niet aan. Ik had nog een 50 km klaarstaan. We zaten nu ook op de bedevaartroute naar Scherpenheuvel. Deze dappere jaarlijkse wandelaars wandelden een beetje rustiger. Sommigen hadden het ook al wel gehad. Wij verkenden alle heuvels van Schepenheuvel-Zichem, Averbode, en tenslotte Testelt. Het hoogste punt deed vermoeden dat we in de Ardennen zaten. Langs de fruitplantages zochten we Louis Willy (Geyskens) en Jo op. De rijstpap stond er klaar. Wie last had van de maag kon op die manier toch het noodzakelijke voedsel verorberen. Eten was essentieel voor elke 100 km tocht. Nu volgden de controles korter op elkaar. Meestal waren ze maar een vijftal kilometer van elkaar verwijderd. Nu trokken we naar het Mekka van de bedevaarders over het glooiende landschap. Het weer was prachtig. Een heerlijke zon die zich op tijd wist in te houden. Het ging goed met onze groep. Gezellige gesprekjes tussen elkaar. Een aangenaam geroezemoes. De klokken van de basiliek luidden. We arriveerden in de brandweerkazerne van Scherpenheuvel. Tien minuutjes voordien had ik de ploeg van Scherpenheuvel even gebeld met de boodschap dat de pannen op het vuur mochten. Het spek met eieren rook uitnodigend in de zaal. De timing was perfect voor de groep. Het werd negen uur in de morgen. Dit was de grote controle. We namen drie kwartier pauze. De bagage stond voor iedereen klaar. De meesten vervingen de noodzakelijke kledij. Er moest niet veel gelopen worden. Louis, Magie, François, Ilse en Joris deden er alles aan om het iedereen naar hun zin te maken. Dat lukte perfect. Je zag onze gasten genieten.

De groepswandeling gleed stilletjes zijn laatste hoofdstuk binnen. Met het centrum en de basiliek van Scherpenheuvel te passeren kregen we plots veel aandacht. Meerdere sympathisanten en fotografen maanden ons voor pelgrims. Wij speelden het spelletje  mee en lieten ons mooi fotograferen. Het drukke gejoel van de mensenmassa verstomde eens we terug in de velden vertoefden. We klommen nog hoger dan Scherpenheuvel. Hier zaten we rond de 60 meter boven de zeespiegel. Vergeleken met de Ardennen stelt dat niets voor. Voor onze contreien zijn dat hoogtes die zelden worden gehaald. Het landschap in Kaggevinne bracht stilte in de groep. De schoonheid verstilde ons.

Na opnieuw een vijftal kilometer te hebben afgelegd stonden Louis en Ilse ons op te wachten aan de wagen. Dit was de kortste controle van de wandeling. Frisdrank en chocolade en na vijf minuten verdween de groep aan de horizon. Met een ommetje over de Galgeberg arriveerden we in Diest. Het Wit huis, mijn werkplaats, mocht uitzonderlijk dienst doen voor controle. We zetten ons opnieuw allen aan tafel en lieten ons weerom bedienen door de fantastische ploeg die ons eerder in Scherpenheuvel op de wenken had bediend. Na 73 km. stonden we nog steeds voor op ons tijdschema dus kon het er wel wat losser aan toe gaan. Voor de gevel van het huis werden er nog groepsfoto’s genomen en zo vingen we ons laatste stuk met de ganse groep aan. Het werd duidelijk dat de groep voor het vrije gedeelte in twee zou opsplitsen; de snellere vrije wandelaars en daarnaast zou een kern van negen wandelaars samen blijven tot het einde. Ook in Diest zorgde één mei voor een gezelligheid. Hartverwarmend na een nacht te wandelen. De klimmetjes begonnen voor sommigen zwaar te worden. Ik moest toegeven dat ik ze echt had opgezocht. Maar over de wallen naar Schaffen wandelen vond ik een opgelegd stukje van de wandeling. We arriveerden in de Gildezaal rond kwart na twaalf. Een kwartier voor het vooropgestelde uur. De club had het podium vrij gehouden voor de deelnemers van de 100 km wandeling. Een zeer speciale plaats om te mogen zitten… De ene helft van de onze groep nam daar niet de tijd voor. Ze versnelden onmiddellijk en trokken naar de volgende controle in Zelem. Wij verkortten onze rust naar 15 minuten. Het weer was veranderd. Het regende voor de eerste keer. We aanschouwde het vliegveld van Schaffen. Wat een prachtig zicht. Zelfs nu, met dit slechte weer, nam René Smets tijd om hier een foto van te maken. Hij zou van deze tocht een reportage maken van een 150 tal foto’s (http://picasaweb.google.nl/renesmets) ! En ondertussen wandelde hij elke kilometer. Ook dat was een kunst op zich. Wanneer we terug de bosgrond onder de voeten voelde was de regen ook al meteen weg. Hij zou zich niet meer vertonen tijdens onze wandeling.

Ook in de controle van Zelem mochten we van het podium gebruik maken. We waren blij dat er een beetje ruimte was. De meeste wandelaars waren immers al gepasseerd in de voormiddag. En  toch was het leuk wat volk tegen te komen. Verstrooiing is altijd welkom op een wandeling van 100 km.

“En route!” In Zelem deden we na de splitsing enkele betonnen banen aan. Normaal voor de meeste wandelingen. Nu viel dit feller op na uren in het bos te hebben gewandeld. Halverwege troffen we Louis aan. ’t Is te zeggen. Lichamelijk was hij aanwezig in zijn wagen. Zijn geest was meegevoerd naar Nepal met de passende begeleidende muziek die uit de boksen van de wagen kwam. Louis schrok recht. We begrepen het wel. Ge moet ne mens zijn passie niet wegnemen! Louis gaf ons een appel waardoor we gegeten en gedronken hadden. We genoten iets later van de natuur achter het St.Jansklooster. Mooie stukken in het parcours. Een laatste controle weerhield ons van de aankomst. Hugo en ik wisten dat het belangrijk was op tijd te rusten en het tempo niet op te drijven. De groep was nu autonoom geworden. Ik genoot met Hugo van achteren in de groep. Marc had bij aanvang niet kunnen aanhaken, maar was op de laatste autocontrole toch terug gekomen. André en Jan waren even alleen verder gegaan, maar nestelden zich uiteindelijk terug in de vertrouwde groep. Zij pakten de kop en zorgden voor de gewenste snelheid van 6 km per uur. Hugo en ik waren vooral blij dat we een groep konden binnenloodsen. Als baankapitein wou je in de eerste plaats een groep over de meet krijgen. Spontaan begonnen we al wat terug te kijken naar deze eerste editie van de gildentocht 100 km. Jan Franssen was lovend naar zijn zoveelste honderd (eind 70 van leeftijd en tussen de 300 en 400 100km wandelingen gewandeld);”Dat is hier genen 100 km maar een gastronomisch weekeinde”. Een pluim die in de eerste plaats kon opgestoken worden door de verzorgers tijdens deze prachtige tocht.

We arriveerden om kwart voor vijf. Dat is geen uitzonderlijke tijd. Maar als je het parcours kende wist je dat hier geen snelle tijden in groep konden gelopen worden. Het was een prachtige prestatie van een groep die zeer dankbaar was en de wandelschoenen op de juiste plaats droeg. Louis eindigde dit feest zoals hij het de dag voordien had ingeblazen. Een passend woordje van een voorzitter die met veel overgave dit project had gesteund van de eerste moment. Hetzelfde gold voor alle andere bestuursleden. En bij de uitreiking van de badges liepen de meesten hier nog wel ergens rond. V.O.S. had de klus geklaard. Missie volbracht. Kris hazenbosch

14:27 Gepost door VOS Schaffen | Permalink | Commentaren (1) |  Print | |

Commentaren

Leuk verslag en leuek start van je blog. Veel succes Alvast!

Gepost door: Dries | 06/11/2009

De commentaren zijn gesloten.